Geluk

Groei is een dubieuze maatstaf

Door onze verslaggever Pieter Klok
Gepubliceerd op 08 mei 2009 19:39, bijgewerkt op 10 mei 2009 13:03

Geld maakt niet gelukkig, blijkt ook uit wetenschappelijk studies. Toch denken de meeste mensen van wel. Daarom staart iedereen zich blind op de economische groei.

- (anp)

Welbeschouwd is het allemaal voor niets geweest. Al het zwoegen van de afgelopen 36 jaar, de steeds hogere salarissen, de steeds duurdere huizen en de steeds verdere vakanties, het heeft ons geen centimeter gelukkiger gemaakt.

Nederlanders geven hun eigen leven precies hetzelfde cijfer als in 1973. En andere landen, die economisch zijn gegroeid, vertonen hetzelfde beeld. Als er al sprake is van een voor- of achteruitgang in het geluk, is die nauwelijks meetbaar.

Economische vooruitgang levert de mensheid dus niets op, zou de conclusie kunnen zijn. Waarom zouden we er ooit nog naar streven? En waarom zouden we überhaupt nog geïnteresseerd zijn of de economie krimpt of groeit?

Voorlopig heeft de maat voor economische groei, het bruto nationaal product (bnp), nog een heilige, bijna onaantastbare status. Het hele land kijkt reikhalzend – en tegenwoordig ook met angst en beven – uit naar de voorspellingen van CPB-directeur Coen Teulings. Toen Teulings wist te melden dat de economie 3,5 procent zou krimpen, keek premier Balkenende alsof zojuist de derde wereldoorlog was uitgebroken.

Teulings is ook de man die het finale oordeel velt over de partijprogramma’s. Welke partij slaagt erin het bnp het meest vooruit te krijgen, is zo’n beetje de belangrijkste vraag, merkte Femke Halsema van GroenLinks in 2006.

Als GroenLinks aan de macht zou komen, zou het bnp met 2,3 procent groeien, had het CPB berekend. Dat was minder dan de 2,5 procent groei die andere partijen zouden boeken. Dat in ruil voor de 0,2 procent lagere groei, tweehonderdduizend banen werden gecreëerd, het onderwijs werd verbeterd en het milieu werd gespaard, bleef tot Halsema’s verbijstering vrijwel onbesproken.

Halsema wil sindsdien af van dat bnp als belangrijkste maat, zodat politici weer echt gaan nadenken in welk land we eigenlijk willen leven en of Nederland het wel echt zo goed doet, als de voortdurende bnp-groei suggereert.

Alternatieve maat
Halsema staat niet alleen. Steeds meer politici zien in dat het bnp als welvaartsmaat niet zaligmakend is. De Franse president Nicolas Sarkozy schakelde de economen Armatya Sen en Joseph Stiglitz in om een alternatieve maat voor welvaart te bedenken. En in november 2007 al hielden de Europese Commissie, het Europees Parlement, de Club van Rome, de OESO en het Wereld Natuur Fonds een gezamenlijke conferentie ‘Voorbij het bnp’.

Om te beginnen moeten de milieueffecten worden meegewogen. Die kun je nog best kwantificeren, bijvoorbeeld door een prijs te verbinden aan de uitstoot van CO2. En dan moet er ook rekening worden gehouden met alles wat mensen vrijwillig doen om een leukere samenleving te creëren.

Maar zijn we er dan? Wat is eigenlijk het uiteindelijke doel? Geluk, natuurlijk, want dat – en daar is iedereen het wel ongeveer over eens – is toch het mooiste dat we in dit aardse bestaan kunnen bereiken. (Al kun je ook betogen dat mensen ongelukkig worden van de druk altijd maar gelukkig zijn. Je moet het dus niet al te fanatiek nastreven.) Hoe richt je de economie zo in, is dan de vervolgvraag, dat inwoners zo gelukkig mogelijk zijn?

De Britse econoom Richard Layard is de belangrijkste denker op dit gebied. Hij vindt dat geluk een beleidsdoel zou moeten worden, en dat de vergroting van het landelijke geluk net zo grondig zou moeten worden gemeten als de groei van het bnp.

Er is tot nu toe maar één land dat expliciet streeft naar verhoging van het Bruto Nationaal Geluk. En dat is het bergstaatje Bhutan. Het land met zijn 700 duizend inwoners was lange tijd van de buitenwereld afgesloten. Tv’s en mobiele telefoons waren tot voor kort verboden en de inwoners verdienden niet veel meer dan een dollar per dag.

De resultaten zijn ernaar. Bhutan eindigde op de achtste plaats in een internationaal geluksklassement, waar alle 178 landen aan meededen. Voorwaar een voortreffelijke prestatie gezien het beperkte bnp. Toch moet Nederland Bhutan niet achterna, vindt Halsema. ‘Het is nogal zweverig. Onze bevolking zal dat niet als lonkend perspectief ervaren.’

Maar is de bevolking wel in staat te beoordelen wat haar gelukkig maakt? Ook daar kunnen vraagtekens bij worden gezet. Kijk alleen maar naar Oost-Europa. Vanaf 1989 hebben alle landen daar de vrije markt omarmt. Dit leidde tot een onstuimige economische groei, maar gelukkiger zijn de Oost-Europeanen er niet van geworden. In alle geluksklassementen eindigen ze steevast onderaan en dat terwijl hun inkomen vergeleken met de rest van de wereld best redelijk is.

Dat mensen denken dat ze van materiële welvaart steeds gelukkiger worden, komt volgens de Nijmeegse hoogleraar economische theorie Esther-Mirjam Sent door de Easterlin-paradox. ‘In een samenleving zijn rijke mensen meestal gelukkiger dan armen. Daaruit kun je de conclusie trekken dat je je inkomen moet verhogen, maar een samenleving die als geheel rijker wordt, wordt niet gelukkiger.’

Ook het Centraal Plan Bureau (CPB), dat in 2008 een uitgebreide studie deed naar geluk, stuitte al snel op de Easterlin-paradox. ‘Als jij relatief steeds rijker wordt, worden anderen relatief armer, en dus ook relatief ongelukkiger’, zegt George Gelauff, die als onderdirecteur het onderzoek leidde.

Wie materiële welvaart afzet tegen het geluk in een land, krijgt een wolk aan gegevens, laat Gelauff zien. Uit een statistische analyse blijkt bijvoorbeeld dat landen met een hoger bnp per hoofd van de bevolking over het algemeen ook gelukkiger zijn, maar het verband is verre van overtuigend.

Veel Zuid-Amerikanen blijken ondanks hun relatief lage inkomen heel gelukkig te zijn. ‘Ik kan me daar wel iets bij voorstellen’, zegt Gelauff, ‘Als ik aan Zuid-Amerika denk zie ik vrolijkheid en opgewektheid voor me.’

Ook lijkt het erop alsof de lijn op het eind iets afbuigt. Vanaf een bepaald moment leidt een hoger bnp niet tot meer geluk en dat punt hebben we in Nederland gepasseerd. Hoe moet je het geluk daarna maximaliseren?

Femke Halsema komt ze geregeld tegen. GroenLinksers die diep in hun hart naar een stevige economische krimp verlangen. De voordelen zijn natuurlijk legio: geen files meer, minder uitstoot van CO2 en andere vieze stoffen en een einde aan de – in veler ogen wanstaltige – hyperconsumptie, de haast en misschien ook de hufterigheid.

Groei of krimp?
Halsema vindt het streven naar krimp echter net zo onzinnig als het streven naar groei. ‘Je stelt weer het bruto nationaal product centraal en het moet nu juist om andere zaken gaan, zoals het milieu, een goede leefomgeving en geluk. Bovendien is er ook goede bnp-groei, als je windmolenparken in zee zet bijvoorbeeld.’

Halsema is ook beducht voor het psychologisch effect. ‘Als de economie krimpt, zal de ondernemerszin dalen. Het geloof in de toekomst zal worden aangetast en de behoudzucht zal toenemen. Daar ben ik niet voor.’

Ook Esther-Mirjam Sent vindt het nastreven van krimp niet verstandig. ‘De mens heeft van nature een stevige aversie tegen verlies, blijkt uit onderzoek. Hij wordt misschien niet gelukkiger als hij meer verdient, maar hij wordt wel veel ongelukkiger als hij minder verdient.’

We moeten dus groeien om niet ongelukkig te worden. Bert Heemskerk, scheidend topman van Rabobank, kwam deze week in de Volkskrant met een compromis: nu even hard krimpen, zodat we straks weer rustig en duurzaam kunnen groeien.

Het CPB is neutraal, zegt Gelauff. ‘Het is heus niet zo dat wij willen dat de economie elk jaar groeit. Onze doelstelling is veel breder. Wij zeggen zelfs niet: je moet blijven groeien om de werkgelegenheid op peil te houden. Er is in principe niets mis mee als er minder werk is. Dan gaat het bnp naar beneden, maar misschien staan daar wel grotere voordelen tegenover, zoals meer vrije tijd. ’

Meer ongelijkheid?
Sent ziet de krantenberichten nu al voor zich. ‘Het Amerikaans bnp trekt straks natuurlijk veel sneller aan en dan krijg je weer discussies over de Europese verzorgingsstaat die het herstel vertraagt.’

Maar we moeten niet vergeten, vindt Sent, dat die verzorgingsstaat ons echt gelukkiger maakt. Hoe minder inkomensverschillen, hoe gelukkiger mensen gemiddeld zijn.

Het geluk blijkt namelijk in grote mate ook af te hangen van de buurman – en door de televisie hebben we er ineens heel veel buurmannen bij. Als de buurman een materiële sprong omhoog maakt, of dat nu in de vorm is van een hoger inkomen of een nieuwe auto, dan maakt hij zijn buren een beetje ongelukkiger.

Wie zijn status verhoogt, duwt tegelijkertijd een ander naar beneden. ‘Als je het geluk in een land wilt stimuleren, zou je dit wellicht moeten verbieden’, grapt CPB’er Gelauff.

Nog een punt om over na te denken: tegenwoordig wordt van werknemers een grote flexibiliteit verwacht. De baan voor het leven bestaat niet meer en werknemers moeten zich voortdurend ontwikkelen. Volgens veel economen is dat nodig om als bedrijf en land concurrerend te blijven. Het maakt mensen echter niet gelukkiger. Mensen willen volgens de geluksdenker Richard Layard bovenal stabiliteit en zekerheid.

Hyperconsumptie of niet?
De Amerikaanse wetenschapper Fred Hirsch concludeerde in de jaren zeventig al dat de strijd om status tot een ‘inefficiënt hoge productie en consumptie leidt’. ‘De Verenigde Staten zijn natuurlijk een prachtig voorbeeld’, zegt Sent. ‘Ze rijden rond in SUV’s terwijl een mini volstaat en ze wonen in belachelijke grote huizen. Daardoor worden grondstoffen sneller uitgeput dan nodig en wordt het milieu onnodig vervuild.’

In de geluksliteratuur wordt vaak uitgegaan van een natuurlijk geluksniveau, dat individueel – en misschien wel genetisch – bepaald is. Dat wordt set point genoemd.

Een sprong in inkomen, een nieuwe auto, een nieuwe tas en mooie schoenen leiden allemaal slechts tot een tijdelijk gelukssprongetje. Vlak daarna keert iemand al weer terug naar zijn natuurlijke geluksniveau, dat voor de een hoger kan liggen dan de ander. Dit gelukssprongetje kan overigens heel verslavend zijn, net als een sigaret die ook vooral tijdelijke vreugde biedt.

Volgens de set-pointtheorie maakt het ook niet uit of iemand werkloos wordt of een deel van zijn inkomen moet inleveren. Dat zal hooguit tot kortstondig ongeluk leiden. ‘Zelfs mensen die ziek zijn, kunnen een goed leven hebben’, zegt Gelauff. ‘Ook zij keren terug naar het stabiele evenwicht.’ Als deze theorie al te consequent wordt volgehouden, maakt het dus niet uit wat de overheid doet.

Met de huidige gegevens over geld, geluk en de relatie daartussen is het niet eenvoudig een onderbouwd, op geluk gericht beleid te voeren, vindt Gelauff. Er is eenvoudigweg nog te veel onduidelijk. Als je puur naar geluk kijkt, zou je misschien beleid moeten voeren dat tegen het gezond verstand indruist.

‘Het blijkt dat het minder erg is om werkloos te zijn als veel mensen in je omgeving ook werkloos zijn’, zegt Gelauff. ‘Hieraan zou je de conclusie kunnen verbinden dat je werkloosheid moet bestrijden in regio’s waar de werkloosheid al laag is.’

Spitsuur van het leven
Ook blijkt dat de geluksbeleving een U-vorm heeft. Jongeren en ouderen zijn relatief gelukkig. Alles wat daar tussen zit, is ongelukkiger. ‘Dat zijn de mensen die in het spitsuur van hun leven zitten’, zegt Gelauff, ‘wellicht kan de overheid overwegen of er reden is die groepen te ontlasten.’

Tot slot blijken mensen die actief betrokken zijn bij religie, geen etnische minderheid zijn, geen kinderen hebben, seksueel actief zijn en een stabiele relatie hebben, gelukkiger te zijn. Maar de gemiddelde Nederlander is vooralsnog van mening dat anderen zich daarmee niet moet bemoeien.

Mijn visie op dit artikel

Ik heb bewust gekozen voor dit artikel aangezien het thema van de cursus geld en geluk was. Het begrip geluk is regelmatig aan de orde gekomen tijdens deze cursus. Wat in dit artikel opvalt, is dat mensen meer en meer willen, hierdoor minder snel gelukkig worden. Uit onderzoek is gebleken dat we niet gelukkiger worden door meer geld, duurdere huizen en mooie vakanties, we zijn hierdoor niet gelukkiger geworden dan een x aantal jaren ervoor.

De meeste mensen denken dat ze van materiële welvaart gelukkiger worden. Dit komt door de theorie: In een samenleving zijn rijke mensen meestal gelukkiger dan armen, maar een samenleving die als geheel rijker wordt, wordt niet gelukkiger.

Als het Bruto Nationaal product daalt, maken mensen zich zorgen. Krimp van het BNP is niet goed voor de mens, men heeft een aversie tegen verlies. Je wordt wel ongelukkiger als je minder verdiend.

Persoonlijk is voor mij geluk vrijheid. In de zin van vrije tijd. Zelf indelen wanneer je wat en waar wilt doen. Ik kan heel gelukkig worden van een bijvoorbeeld een dagje strand. Het kost niets, je bent heerlijk buiten en komt tot rust. Ook kan ik heel gelukkig worden van vriendschappen. Het feit dat mensen aan je denken en om je geven in goede en slechte tijden. Hier kan ik heel gelukkig van worden dat mensen je nemen zoals je bent. Ook het onthouden van bepaalde gebeurtenissen. Vrienden die een tijd weggaan voor een reis in het buitenland en ineens weer voor je staan, die wederzijdse interesse daar word ik heel gelukkig van. Gelukkig kan ik mijn geluk halen aan mooie momenten en herinneringen, niet zozeer uit materialistische zaken. Een voorbeeld kan ik hiervan geven. Ik woon nu basic in een studentenhuis waar het niet altijd schoon is en ruim. Dit is prima, het komt waarschijnlijk ook door mijn levensfase dat ik nu niet erg op materialistisch gebied gelukkig wordt omdat ik daar geen geld en interesse insteek. Een leuk voorbeeld hiervan is dat ik liever leuke avonden en uitstapjes met vrienden plan dan dat ik een dagje ga shoppen. Regelmatig heb ik een weekje geen cent te makken maar dan ben ik net zo gelukkig als op een dag dat ik mijn salaris gestort krijg.

30 June 2009
By on 12:52
Omgaan met miljoenen!

Leren omgaan met miljoenen

Winnaars van de hoofdprijs worden van deskundig advies voorzien

Gepubliceerd: 18 oktober 2008 00:00 | Gewijzigd: 6 mei 2009 12:00

18 okt. Oud, jong, hoog- of laagopgeleid; opeens wint iemand miljoenen met de hoofdprijs in de loterij. Hoe wordt er gereageerd op die plotselinge rijkdom?

Door Melle Garschagen

Foto: stock.xchng

Soms verstoppen ze het lot in hun onderbroek, zegt Jan Garnaat. Jarenlang heeft hij de winnaars van de grote prijzen van de Staatsloterij begeleid. Op een koffietafel in de hoek van de prijswinnaarkamer, op het hoofdkantoor van de Staatsloterij in Den Haag, staat een glimmend espressoapparaat, een computer met een barcodescanner en een dienblad champagneglazen.

„Wij geven de mensen eerst een kopje koffie”, zegt Garnaat. „Daar worden ze rustig van.” Het zijn tergende momenten: de uren tussen het moment dat een winnaar beseft dat hij of zij een winnaar is en het moment dat de cheque overhandigd wordt. „Mensen krijgen een lichte vorm van paranoia”, zegt Garnaat. Ze moeten met het lot over straat en ze zijn bang dat iedereen ruikt dat ze miljoenen bij zich dragen, zegt de prijsbegeleider. „Opeens is het lot heilig, terwijl het voor de trekking nog achteloos op de koffietafel lag.”

Champagne en begeleiding

Maar na een kop koffie, het scannen van het lot – voor de Staatsloterij de bevestiging dat alles klopt – en een glas champagne begint de echte begeleiding. „Mensen hebben opeens heel veel geld gekregen. En daar moeten ze mee leren omgaan”, zegt Garnaat. Meestal gaat dat goed. Slechts één keer heeft de Staatsloterij een psycholoog ingeschakeld. Een jonge vrouw had een grote prijs gewonnen. Haar ouders waren bezorgd dat ze gekidnapt zou worden en wilden een chip met een zendertje in haar arm plaatsen. „Samen met de psycholoog hebben we dat kunnen voorkomen”, zegt Garnaat.

De Staatsloterij adviseert mensen niet wat ze op financieel gebied met hun tonnen of miljoenen moeten doen. Wel zegt Garnaat tegen de winnaars dat het verstandig is om het geld de eerste maand op een depositorekening te zetten. „Dat brengt rust en dan kunnen ze wennen aan het idee van rijk zijn”, zegt hij.

Alle winnaars krijgen visitekaartjes van private bankers van Fortis, ING, Rabobank en Van Lanschot Bankiers. „Dat zijn vaak de bankiers die gewend zijn te werken met mensen die hun familiebedrijven hebben verkocht en dus plotseling veel vermogen bezitten”, zegt Garnaat.

Financieel advies

Andrew Mackay heeft de afgelopen vier jaar twaalf prijswinnaars van financieel advies voorzien. Mackay is wealth manager bij Van Lanschot Bankiers. „Eerlijk gezegd doen de winnaars niet zulke rare of aparte dingen met hun geld”, zegt Mackay.

Als een loterijwinnaar Mackay belt, voert hij eerst een verkennend gesprek. „De eigenaar van een familiebedrijf die besluit te verkopen, is al jaren bezig met de hamvraag: wat doe ik met mijn vermogen?”, zegt Mackay. „Een winnaar van de loterij wordt heel plotseling met die vraag geconfronteerd.” Doe het even rustig aan, het is zo uitgegeven, adviseert Mackay. Daarna probeert hij erachter te komen wat de specifieke wensen van de winnaar zijn. „Het mooie is dat iedereen de loterij kan winnen”, stelt Mackay. „Jong, oud, hoogopgeleid, minder hoogopgeleid.”

Bij een winnaar van 75 is estate planning en vermogensoverdracht aan kinderen waarschijnlijk een prioriteit. Bij een winnaar van 25 is de kans groter dat het gewonnen vermogen vooral in stand moet blijven en langzaam moet groeien. „Als eenmaal duidelijk is wat de prioriteiten zijn, kunnen wij samen met fiscalisten zorgen dat het allemaal op een fiscaal vriendelijke manier gebeurt”, zegt Mackay.

Nooit echt extravagant

Nederlandse winnaars smijten zelden hun miljoenen over de balk. Garnaat: „Een nieuwe grote auto komt er wel.” Een winnaar had, toen hij zijn geld kwam ophalen, al een papiertje met de specificaties van de Porsche Cayenne bij zich die hij meteen ging kopen. „Dat was zijn droom en dat ging hij doen”, zegt Garnaat.

Maar de meeste winnaars zeggen niet meteen hun baan op. Ze verhuizen niet naar Wassenaar en ze schaffen ook niet onmiddellijk een peperdure zeilboot aan. „Ze wachten ook met beleggen”, zegt Mackay. „Pas als ze een duidelijke strategie hebben voor hun vermogen, komen aandelen in beeld.” Sinds de kredietcrisis zijn de winnaars sowieso voorzichtiger met instappen, stelt de bankier.

Maar wat doen de winnaars dan wel met hun geld? Ze gaan minder werken, zegt Garnaat. Het nieuwe fortuin maakt dat financieel mogelijk. Of ze boeken Lee Towers voor een trouwfeest. „Ze doen leuke dingen waar ze geld voor hebben, maar het is nooit echt extravagant”, meent Garnaat. „Sommigen zetten een stichting op”, zegt Mackay. „Dan kunnen ze helemaal zelf bepalen hoe ze hun geld willen gebruiken voor goede doelen. Wij helpen ze dan met de formele aspecten van een stichting.”

Terugkomdag

Winnaars willen wel eens geld lenen aan vrienden. „Het is dan verstandig om dat toch even bij een notaris te laten vastleggen”, zegt Mackay. „En rente te vragen. Anders ben je niet slim bezig.” De combinatie loterij winnen en vrienden is een moeilijk onderwerp. Is het een slim idee om vrienden en buren in te lichten over de geldprijs? „Je moet voorkomen dat iedereen iets van je wil hebben”, zegt Garnaat. De Staatsloterij maakt de namen van de winnaars niet openbaar. Dat is beter voor de rust van de winnaars, denkt Garnaat. „Sommigen willen het niet eens aan hun kinderen vertellen”, vertelt de prijsbegeleider. „Die zijn dan bang dat hun kinderen minder ambitieus worden.”

Mackay waarschuwt dat het niet altijd verstandig is om de nieuwe rijkdom voor de buitenwereld verborgen te houden. „Buren gaan toch praten waar die nieuwe BMW opeens vandaan komt”, zegt hij. Openheid kan nare roddels voorkomen.

De Staatsloterij organiseert in december een terugkomdag voor de prijswinnaars van het afgelopen jaar. Lotgenoten, zoals Garnaat het noemt, kunnen dan ongestoord ervaringen uitwisselen. Ook is er een gastspreker. Meestal een winnaar van een paar jaar geleden. Die vertelt dan wat hij of zij met de prijs heeft gedaan. „De winnaars vinden die praatgroep erg fijn. Ze kunnen ongehinderd en ontspannen ervaringen uitwisselen”, zegt Garnaat. „Natuurlijk kijken we dan even in onze parkeergarage om te zien wat ze met hun geld gedaan hebben. Een leuke showroom is dat altijd.”

Staatslot

Mijn visie

In één van de cursus avonden is er aandacht besteed aan het winnen van de loterij. Hierin kregen wij een filmpje te zien van mensen die een geldprijs hadden gewonnen. Hele diverse reacties hoe men uiteindelijk met het geld om was gegaan. Aan de ene kant keek ik soms vreemd op. Zo was er een oude man die werkelijk waar niets voor zichzelf met het geld kocht. Of juist mensen die lukraak van alles gingen kopen, zoals auto’s en een boot terwijl de geldprijs niet extreem groot was.

Aan het eind van die avond liep ik zelf met de vraag rond “wat zou ik doen met een miljoenen bedrag”. Doordat ik zelf een open en enthousiast type ben, denk ik dat ik het zou melden bij vrienden en familie. Ik zou het zeker vieren met een leuk feestje. Mochten er bepaalde vrienden of familie leden in nood zitten of een extra verdienste verdienen dan zou ik die zeker een donatie doen. Ik zal een mooie reis boeken en verder het geld investeren in een mooie etage of appartement in Utrecht, dan blijft het geld altijd een waarde hebben. Ik zou zeker niet boven mijn stand gaan leven, zou zeker nog kijken naar de bonus aanbiedingen. Ook zou ik blijven werken, terwijl een bijbaan dan misschien even niet nodig is.

Het gevaar is als je ineens een andere levensstijl voorneemt dat je in een ander milieu gaat verkeren. Waardoor je misschien verder af komt te staan van familie en vrienden. Dat je die waarde van geld misschien heel anders ingaat zien.

De kans dat ik zal winnen zal heel klein zijn aangezien ik nauwelijks meedoe met loterijen. Eén keer per jaar doe ik mee. Namelijk met de staatsloterij op oude jaarsavond.


By on 08:52
Studieschuld

Trage studenten bouwen megaschuld op

vrijdag 8 februari 2008 12:52

Ongeveer 17.000 dertigers hebben elk een studieschuld van minimaal 12.000 euro omdat ze in 1996 aan een opleiding in het hoger onderwijs zijn begonnen, maar niet binnen tien jaar zijn afgestudeerd.

Wie niet binnen tien jaar afstudeert, moet zijn studiefinanciering terugbetalen .Dat blijkt uit cijfers van Informatie Beheer Groep (IBG).

Schuld
De gezamenlijke schuld van deze groep bedraagt minstens 216 miljoen euro. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stelt dat bij de lichting van 96/97 in totaal 80 miljoen euro aan studiefinanciering is omgezet in een lening. De rest is door de studenten bijgeleend.

Volgens Bastiaan Verweij van studentenbond Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) lenen studenten gemiddeld een bedrag van 8.000 euro.

De meeste studenten, bijna 13.000, met een studieschuld zijn hbo’ers. Opvallend is ook het grote aantal studenten dat na drie jaar studeren of langer toch besluit te stoppen met de studie: een op de zeven studenten geeft er pas dan alsnog de brui aan.

Hypotheek
Tweede-Kamerlid Tofik Dibi (GroenLinks) wil dat minister Ronald Plasterk (PvdA, Onderwijs) ingrijpt. Hij vindt het niet kunnen dat ‘jongeren van begin twintig starten met een enorme hypotheek op de toekomst’.

Steeds meer voormalige studenten hebben problemen met het afbetalen van hun studieschuld. Vorig jaar stuurde IBG bij 60.500 wanbetalers een deurwaarder langs.

Mijn visie over dit artikel

Allereerst heb ik voor dit artikel gekozen omdat dit enorm leeft in mijn omgeving. Persoonlijk ben ik van mening dat het geen probleem is om te lenen. Voor studenten die zonder lening niet een studie zouden kunnen bekostigen is het een ideale oplossing. Redenen van het geld lenen zijn divers. Zo zijn er studenten die meer lenen zodat ze minder hoeven te werken. Tevens zijn de voorwaarden van het lenen aantrekkelijk. Tevens is er een grote groep studenten die aangeeft dat zij het niet nodig hebben of geen schulden willen hebben. Bij de IBG groep kan er tot 800 euro per maand geleend worden, elke student krijgt een prestatiebeurs waarvoor geld dat de studie binnen tien jaar afgerond moet worden. Voor de lening betaalt de student een aantrekkelijke lening die moet worden afgelost na het afronden van de studie, er mag vervolgens 15 jaar gedaan worden over de aflossing.

Alleen zie ik steeds meer om me heen dat studenten lukraak extra bijlenen om zich bepaalde luxe te kunnen permitteren. Hierbij valt te denken aan vakanties, verre reizen, kleding, uitgaan en overige luxe. Het voordeel is nu een onbezorgd leven, mooie reizen en extra luxe. Het nadeel wat ik ervan inzie is dat deze mensen boven stand gaan leven. Als je eenmaal aan een bepaalde luxe gewend bent is het veel lastiger om met minder tevreden te zijn. Na het afronden van je studie wordt je er toch maandelijks mee geconfronteerd met de aflossing. Tevens ben ik bang als je eenmaal aan lenen begint dat je het gemakkelijker blijft doen. Te denken valt aan producten kopen op afbetaling. Ik ben van mening dat als ik het niet geld heb dan werk ik ervoor of laat ik de extra luxe vervallen.

Persoonlijk vind ik het ook erg belangrijk om een bijbaan te hebben. Hiervan leer je veel. Staat goed op je curriculum Vitae en je doet er goede ervaringen mee op. Ook ben je meer bewust van de waarde van geld. Ik weet zeer goed hoeveel uur/dagen ik voor 100 euro moet werken. Als je dan een reis wilt boeken of luxe uit eten wilt gaan dan ben je veel meer bewust van de waarde en wat je er eigenlijk voor moet doen om dit te kunnen bekostigen.

De overheid, het ministerie van onderwijs piekert er niet over om een minimum in te stellen aan de schuld die studenten kunnen opbouwen. Zij geven aan dat je daarmee de toegankelijkheid van het onderwijs in gevaar brengt. Onlangs is de wet op studiefinanciering gewijzigd waardoor het terugbetalen wordt versoepeld. In maart riep Minister Plasterk studenten in een brief op bewust te lenen en te voorkomen dat ze een te grote studieschuld opbouwen.

Images

29 June 2009
By on 12:15
Welvaart en geluk

Er zijn vijf psychologische redenen te noemen waarom meer welvaart niet meer geluk oplevert:

  1. Welvaart leidt tot hedonisme
  2. Welvaart leidt af van je werkelijke behoeften
  3. Welvaart en de waanzin van de maakbaarheid van het bestaan.
  4. Welvaart maakt individulistischer
  5. Welvaart verhoogt je natuurlijke geluksniveau niet.

Welvaart leidt tot hedonisme

Je kunt in grote lijnen twee soorten geluk onderscheiden: hedonistisch en eudaimonisch geluk.

Hedonistisch geluk dit wil zeggen dat je je goed voelt. Genieten van het leven, ontvangen van waardering en complimenten. Deze vorm van geluk is vrijwel instrinctief en gericht op het korte termijn. Voorbeeld hiervan ik wil iets en ik wil het nu.

Eudaimonisch geluk hierbij gaat het om trouw zijn aan jezelf. Hierbij hoort: wie wil ik zijn. Dit geluk heeft vooral te maken met persoonlijke groei en met zingeving.

Welvaart is goed voor hedonistisch geluk. Het gaat over hebben. Voor eudaimonisch geluk – het zijn – maakt welvaart niets uit. Het doet er niet aan af, maar het draagt er ook niet aan bij.
Door de welvaart in onze samenleving is het gemakkelijk om je op het hedonistische geluk te focussen. Pas in tijden van recessie, waarin het hebben ineens minder vanzelfsprekend wordt en we noodgedwongen even uitrusten van de ratrace, krijgen we vaak pas oog voor de vraag wie we eigenlijk willen zijn, wat we nu eigenlijk echt belangrijk vinden in het leven en wat we op langere termijn willen bereiken.

Volgens de Self-determination theorie van Edward Deci en Richard Ryan zijn er drie universele psychologische behoeften: autonomie, bekwaamheid en verbondenheid. Pas als deze behoeften zijn vervuld, ontstaat de mogelijkheid tot persoonlijke groei.
Is een van deze behoeften niet bevredigd, dan ontstaat er onbehagen en gaat de mens instinctief op zoek naar een oplossing.

Welvaart leidt af van je werkelijke behoeften

Quick Fix
Die oplossing wordt dan vaak gezocht in de verkeerde richting. Wanneer bijvoorbeeld de behoefte aan het gevoel van bekwaamheid onvoldoende wordt vervuld, dan kun je daarop reageren door meer te willen verdienen of hoger op de carrièreladder te willen klimmen. In dit geval kies je voor een “quick fix” ; een snelle manier om het onbehagen weg te nemen (’Zie je wel – ik ben heel goed, want ik verdien meer dan mijn buurman’). Op termijn werkt zo’n quick fix helaas niet, omdat de behoefte waar het in feite om ging niet wordt bevredigd. Je bent misschien nu werkzaam in een functie die je eigenlijk helemaal niet ligt.

Verslavingsdrang
Wat je vaak ziet gebeuren, is dat er een soort verslavingsdrang ontstaat: je hebt steeds meer geld, drank of aandacht nodig om je gevoel van onbehagen weg te nemen. Zo proberen mensen die een onbevredigd gevoel van verbondenheid hebben dit vaak te compenseren door veel sexuele avonturen of feestjes en mensen met een onbevredigd gevoel van autonomie door zich rebels af te zetten.
Dit zijn allemaal snelle oplossingen die uiteindelijk je echte gevoel van geluk en je persoonlijke groei juist belemmeren.

Moed verzamelen
De echte oplossing zit hem namelijk in het overstijgen van je hedonistische streven en het gaan verdragen van je ongemak in plaats van het proberen het te dempen. Pas als je het ongemak onder ogen durft te komen, kun je ontdekken wat er nu eigenlijk echt aan de hand is.
Je ziet dan bijvoorbeeld dat je in je werk niet het beste van jezelf kwijt kunt of dat bepaalde relaties je behoefte aan verbondenheid niet echt bevredigen.
Als je die waarheid eenmaal ziet, kun je de juiste keuzes maken waarmee je de kern van het probleem aanpakt. Maar daarvoor moet je dus eerst je verlies nemen. Dat is pijnlijk en vraagt moed. De huidige welvaart werkt niet echt mee aan het vergaren van die moed, omdat die er juist voor zorgt dat we heel gemakkelijk overal een quick fix voor kunnen regelen!


Welvaart en de waanzin van de maakbaarheid van het bestaan

Met de welvaart heeft ook de technologie zich ontwikkeld, waardoor we steeds meer dingen kunnen controleren en beheersen. Alles kan en ons hedonistische zelf, dat geen ongemak wil verdragen, stort zich op die mogelijkheden.
Maar daardoor gaat onze aandacht steeds meer uit naar wat
niet goed is, in plaats van wat er wel is.
We schikken ons niet meer, maar kijken kritisch om ons heen wat er nog moet worden verbeterd.
En dan treedt een psychologische wetmatigheid, waar bijvoorbeeld ook het populaire The Secret op is gebaseerd, in werking:
Alles wat je aandacht geeft, groeit. Gaat je aandacht naar wat er niet goed is, dan kijk je met een negatieve blik naar alles om je heen en daar word je niet gelukkiger van!

Een ander vervelend bijverschijnsel van de toename van welvaart en van de technologie is de optredende keuzestress. Er zijn twee typen beslissers te onderscheiden namelijk de Maximers en de satificers.

De maximizer wil de best mogelijke keus. Hij wil alle winkels gezien hebben voordat hij een paar schoenen koopt. De satisficer kiest gewoon het eerste alternatief dat goed genoeg is.
Maximizers nemen objectief beschouwd betere beslissingen, maar zijn minder gelukkig. Hoe meer keuzemogelijkheden er namelijk zijn, hoe onrustiger ze worden. Vooral bij grote voervloed blijven ze altijd zitten met het knagende gevoel dat ze een nóg betere keuze hadden kunnen maen. De laat nou nte die overvloed toenemen met ons welvaartsniveau!

Welvaart maakt individualistischer

Verbondenheid is een van de belangrijkste psychologische behoeften van de mens.
Autonomie betekent dat je weet wie je bent en dat je keuzes maakt die bij jou passen. Het kan dus ook een geheel autonome keuze van iemand zijn om iets voor een ander te doen of om je voor een collectief in te zetten.

Ondanks het feit dat mensen sociale dieren zijn en verbondenheid een belangrijke behoefte van de mens is, is de focus van onze samenleving meer en meer ingesteld op het individu.Dit is mede mogelijk geworden door de toenemende welvaart, die ons in staat stelt in kleinere verbanden te leven en keuzes te maken zonder ons te hoeven aanpassen aan anderen. Veel mensen hebben geen anderen meer nodig om te overleven.

Dit individualisme heeft grote voordelen – je bent voor je fysieke welzijn niet afhankelijk van een ander – maar het staat haaks op het zoeken naar verbondenheid. De sociale groepen war mensen vroeger bij hoorden – de kerk, de buurt, de zuil – zijn verdwenen. Het is ieder voor zich en God…. is ook al van het toneel verdwenen.

Wanneer je jezelf bekijkt als individu, ga je jezelf ook vergelijken met andere individuen.
Je gaat kijken of een ander het beter heeft of beter doet dan jij, in plaats van dat je trots bent op je groep, jouw bedrijf, jouw land. Je bent niet meer blij dat het goed gaat met ons allemaal, maar verbitterd omdat een ander in de groep het beter heeft dan jij.

Welvaart verhoogt je natuurlijke geluksniveau niet

De ene peroon is van nature wat gelukkiger dan de ander. Je kunt tijdelijk op de hoogste top zitten als je verliefd bent of de loterij wint, of in het diepste dal als je je baan of je grote liefde kwijtraakt. Maar mensen keren over het algemeen altijd vrij snel terug naar hun natuurlijke “geluksevenwicht”.
Om dit geluksevenwicht te verhogen en ook blijvend hoger te houden, moet je niet je aandacht richten op wat je allemaal zou willen veranderen in je leven.
Door onze welvaart ben je meestal geneigd je te focussen op je omstandigheden: “Als ik eenmaal een betere baan heb, een groter huis, een fijne relatie, een kind, een flink gespekte bankrekening,…”
Omstandigheden als die bepalen maar een klein deel – ongeveer 10 procent – van je geluksniveau! Vijftig procent is genetisch en de overige 40 procent wordt bepaald door je houding.

Onderzoek heeft aangetoond dat gelukkige mensen meer aandacht besteden aan wat wél goed is in hun leven, dat ze beter kunnen relativeren als het tegenzit en tegenslag sneller accepteren  (’Morgen is er weer een dag’).
Door meer op deze manier naar gebeurtenissen te kijken, word je dus gelukkiger!
Dat is iets waarin je jezelf kunt oefenen. Net zoals je kunt leren minder te maximizen.

Instictief zijn veel mensen geneigd hun ego te volgen: te streven naar meer erkenning door anderen, meer liefde en respect. We willen allemaal graag het gevoel hebben dat we waardevolle wezens zijn; dat maakt ons gelukkig.
De paradox hierin is dat je dat waardevolle gevoel uiteindelijk veel sterker krijgt als je je ego even opzij zet en je gaat inzetten vooer iets buiten jezelf (eco);  je gezin, je buurt, je huisdier, mensen op je werk, de samenleving, de wereld…. Mensen die dit doen, voelen zich meer verbonden met anderen en hebben een sterker gevoel dat ze waardevol zijn. Zij vissen in de juiste vijver – en het mooiste is dat die vijver nooit leegraakt![1]


[1] http://www.meerdangenoeg.nl/2008/09/waarom-maakt-welvaart-je-niet-gelukkig-deel-1/

28 June 2009
By on 20:30
Welvaart en geluk

Er zijn vijf psychologische redenen te noemen waarom meer welvaart niet meer geluk oplevert:

  1. Welvaart leidt tot hedonisme
  2. Welvaart leidt af van je werkelijke behoeften
  3. Welvaart en de waanzin van de maakbaarheid van het bestaan.
  4. Welvaart maakt individulistischer
  5. Welvaart verhoogt je natuurlijke geluksniveau niet.

Welvaart leidt tot hedonisme

Je kunt in grote lijnen twee soorten geluk onderscheiden: hedonistisch en eudaimonisch geluk.

Hedonistisch geluk dit wil zeggen dat je je goed voelt. Genieten van het leven, ontvangen van waardering en complimenten. Deze vorm van geluk is vrijwel instrinctief en gericht op het korte termijn. Voorbeeld hiervan ik wil iets en ik wil het nu.

Eudaimonisch geluk hierbij gaat het om trouw zijn aan jezelf. Hierbij hoort: wie wil ik zijn. Dit geluk heeft vooral te maken met persoonlijke groei en met zingeving.

Welvaart is goed voor hedonistisch geluk. Het gaat over hebben. Voor eudaimonisch geluk – het zijn – maakt welvaart niets uit. Het doet er niet aan af, maar het draagt er ook niet aan bij.
Door de welvaart in onze samenleving is het gemakkelijk om je op het hedonistische geluk te focussen. Pas in tijden van recessie, waarin het hebben ineens minder vanzelfsprekend wordt en we noodgedwongen even uitrusten van de ratrace, krijgen we vaak pas oog voor de vraag wie we eigenlijk willen zijn, wat we nu eigenlijk echt belangrijk vinden in het leven en wat we op langere termijn willen bereiken.

Volgens de Self-determination theorie van Edward Deci en Richard Ryan zijn er drie universele psychologische behoeften: autonomie, bekwaamheid en verbondenheid. Pas als deze behoeften zijn vervuld, ontstaat de mogelijkheid tot persoonlijke groei.
Is een van deze behoeften niet bevredigd, dan ontstaat er onbehagen en gaat de mens instinctief op zoek naar een oplossing.

Welvaart leidt af van je werkelijke behoeften

Quick Fix
Die oplossing wordt dan vaak gezocht in de verkeerde richting. Wanneer bijvoorbeeld de behoefte aan het gevoel van bekwaamheid onvoldoende wordt vervuld, dan kun je daarop reageren door meer te willen verdienen of hoger op de carrièreladder te willen klimmen. In dit geval kies je voor een “quick fix” ; een snelle manier om het onbehagen weg te nemen (’Zie je wel – ik ben heel goed, want ik verdien meer dan mijn buurman’). Op termijn werkt zo’n quick fix helaas niet, omdat de behoefte waar het in feite om ging niet wordt bevredigd. Je bent misschien nu werkzaam in een functie die je eigenlijk helemaal niet ligt.

Verslavingsdrang
Wat je vaak ziet gebeuren, is dat er een soort verslavingsdrang ontstaat: je hebt steeds meer geld, drank of aandacht nodig om je gevoel van onbehagen weg te nemen. Zo proberen mensen die een onbevredigd gevoel van verbondenheid hebben dit vaak te compenseren door veel sexuele avonturen of feestjes en mensen met een onbevredigd gevoel van autonomie door zich rebels af te zetten.
Dit zijn allemaal snelle oplossingen die uiteindelijk je echte gevoel van geluk en je persoonlijke groei juist belemmeren.

Moed verzamelen
De echte oplossing zit hem namelijk in het overstijgen van je hedonistische streven en het gaan verdragen van je ongemak in plaats van het proberen het te dempen. Pas als je het ongemak onder ogen durft te komen, kun je ontdekken wat er nu eigenlijk echt aan de hand is.
Je ziet dan bijvoorbeeld dat je in je werk niet het beste van jezelf kwijt kunt of dat bepaalde relaties je behoefte aan verbondenheid niet echt bevredigen.
Als je die waarheid eenmaal ziet, kun je de juiste keuzes maken waarmee je de kern van het probleem aanpakt. Maar daarvoor moet je dus eerst je verlies nemen. Dat is pijnlijk en vraagt moed. De huidige welvaart werkt niet echt mee aan het vergaren van die moed, omdat die er juist voor zorgt dat we heel gemakkelijk overal een quick fix voor kunnen regelen!


Welvaart en de waanzin van de maakbaarheid van het bestaan

Met de welvaart heeft ook de technologie zich ontwikkeld, waardoor we steeds meer dingen kunnen controleren en beheersen. Alles kan en ons hedonistische zelf, dat geen ongemak wil verdragen, stort zich op die mogelijkheden.
Maar daardoor gaat onze aandacht steeds meer uit naar wat
niet goed is, in plaats van wat er wel is.
We schikken ons niet meer, maar kijken kritisch om ons heen wat er nog moet worden verbeterd.
En dan treedt een psychologische wetmatigheid, waar bijvoorbeeld ook het populaire The Secret op is gebaseerd, in werking:
Alles wat je aandacht geeft, groeit. Gaat je aandacht naar wat er niet goed is, dan kijk je met een negatieve blik naar alles om je heen en daar word je niet gelukkiger van!

Een ander vervelend bijverschijnsel van de toename van welvaart en van de technologie is de optredende keuzestress. Er zijn twee typen beslissers te onderscheiden namelijk de Maximers en de satificers.

De maximizer wil de best mogelijke keus. Hij wil alle winkels gezien hebben voordat hij een paar schoenen koopt. De satisficer kiest gewoon het eerste alternatief dat goed genoeg is.
Maximizers nemen objectief beschouwd betere beslissingen, maar zijn minder gelukkig. Hoe meer keuzemogelijkheden er namelijk zijn, hoe onrustiger ze worden. Vooral bij grote voervloed blijven ze altijd zitten met het knagende gevoel dat ze een nóg betere keuze hadden kunnen maen. De laat nou nte die overvloed toenemen met ons welvaartsniveau!

Welvaart maakt individualistischer

Verbondenheid is een van de belangrijkste psychologische behoeften van de mens.
Autonomie betekent dat je weet wie je bent en dat je keuzes maakt die bij jou passen. Het kan dus ook een geheel autonome keuze van iemand zijn om iets voor een ander te doen of om je voor een collectief in te zetten.

Ondanks het feit dat mensen sociale dieren zijn en verbondenheid een belangrijke behoefte van de mens is, is de focus van onze samenleving meer en meer ingesteld op het individu.Dit is mede mogelijk geworden door de toenemende welvaart, die ons in staat stelt in kleinere verbanden te leven en keuzes te maken zonder ons te hoeven aanpassen aan anderen. Veel mensen hebben geen anderen meer nodig om te overleven.

Dit individualisme heeft grote voordelen – je bent voor je fysieke welzijn niet afhankelijk van een ander – maar het staat haaks op het zoeken naar verbondenheid. De sociale groepen war mensen vroeger bij hoorden – de kerk, de buurt, de zuil – zijn verdwenen. Het is ieder voor zich en God…. is ook al van het toneel verdwenen.

Wanneer je jezelf bekijkt als individu, ga je jezelf ook vergelijken met andere individuen.
Je gaat kijken of een ander het beter heeft of beter doet dan jij, in plaats van dat je trots bent op je groep, jouw bedrijf, jouw land. Je bent niet meer blij dat het goed gaat met ons allemaal, maar verbitterd omdat een ander in de groep het beter heeft dan jij.

Welvaart verhoogt je natuurlijke geluksniveau niet

De ene peroon is van nature wat gelukkiger dan de ander. Je kunt tijdelijk op de hoogste top zitten als je verliefd bent of de loterij wint, of in het diepste dal als je je baan of je grote liefde kwijtraakt. Maar mensen keren over het algemeen altijd vrij snel terug naar hun natuurlijke “geluksevenwicht”.
Om dit geluksevenwicht te verhogen en ook blijvend hoger te houden, moet je niet je aandacht richten op wat je allemaal zou willen veranderen in je leven.
Door onze welvaart ben je meestal geneigd je te focussen op je omstandigheden: “Als ik eenmaal een betere baan heb, een groter huis, een fijne relatie, een kind, een flink gespekte bankrekening,…”
Omstandigheden als die bepalen maar een klein deel – ongeveer 10 procent – van je geluksniveau! Vijftig procent is genetisch en de overige 40 procent wordt bepaald door je houding.

Onderzoek heeft aangetoond dat gelukkige mensen meer aandacht besteden aan wat wél goed is in hun leven, dat ze beter kunnen relativeren als het tegenzit en tegenslag sneller accepteren  (’Morgen is er weer een dag’).
Door meer op deze manier naar gebeurtenissen te kijken, word je dus gelukkiger!
Dat is iets waarin je jezelf kunt oefenen. Net zoals je kunt leren minder te maximizen.

Instictief zijn veel mensen geneigd hun ego te volgen: te streven naar meer erkenning door anderen, meer liefde en respect. We willen allemaal graag het gevoel hebben dat we waardevolle wezens zijn; dat maakt ons gelukkig.
De paradox hierin is dat je dat waardevolle gevoel uiteindelijk veel sterker krijgt als je je ego even opzij zet en je gaat inzetten vooer iets buiten jezelf (eco);  je gezin, je buurt, je huisdier, mensen op je werk, de samenleving, de wereld…. Mensen die dit doen, voelen zich meer verbonden met anderen en hebben een sterker gevoel dat ze waardevol zijn. Zij vissen in de juiste vijver – en het mooiste is dat die vijver nooit leegraakt![1]
 



[1] http://www.meerdangenoeg.nl/2008/09/waarom-maakt-welvaart-je-niet-gelukkig-deel-1/


By on 20:18
Het dertigers dilemma

Hierbij gaat het om de keuze stress van de doelgroep. Dankzij de toegenomen welvaart hebben we de laatste paar decenia het voor het uitkiezen. In de supermarkt staan tientallen soorten pasta sausen en shampoos. Maar ook op het gebied van studie, loopbaan, relaties en reizen hebben we diverse keuze mogelijkheden. Kunnen kiezen is mooi, hierdoor kunnen we ons onderscheiden en onze eigen identiteit bepalen. Van teveel keuzes worden we volgens de ontwikkelingspsychologie juist niet zelfverzekerder of gelukkiger. Wij kunnen maar een beperkt aantal keuzemogelijkheden aan.


Dat bleek twee jaar geleden uit het rapport ‘De meerkeuzemaatschappij’ van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). De onderzoekers, die ons kiesgedrag hadden bestudeerd, concludeerden dat de grote keus die wij als consument tegenwoordig hebben weliswaar  een voorrecht is, maar dat het ook een plicht met zich meebrengt, namelijk de plicht om te kiezen. En plichten zijn meestal niet leuk, want die leggen weer een druk op ons. In dit geval de druk om informatie in te winnen en alternatieven af te wegen. Met rusteloosheid en stress als gevolg, want we moeten immers wel de juiste keuze maken. Bij het kiezen van de verkeerde shampoo is er geen man overboord, maar wat als het om belangrijker zaken als de aankoop van een auto of een huis gaat?  Meer keuzevrijheid betekent bovendien dat je bij het maken van de foute keuze vooral jezelf de schuld moet geven. De verantwoordelijkheid voor het eigen falen is toegenomen. De Amerikaanse psycholoog Barry Schwartz verklaart een en ander aan de hand van de wet van de afnemende meeropbrengsten: elke nieuwe keuzemogelijkheid voegt minder welzijn toe dan de voorgaande. En op een bepaald punt neemt het welzijn zelfs af als gevolg van de psychologische kosten die verbonden zijn aan het keuzeproces, zoals tijd, onrust, hoge verwachtingen en zelfverwijt als de uiteindelijk gemaakte keuze niet de juiste blijkt te zijn.[1]



[1] http://www.annemarievangroezen.nl/artikelen/retailers2.html


By on 20:11
Het dertigers dilemma

Hierbij gaat het om de keuze stress van de doelgroep. Dankzij de toegenomen welvaart hebben we de laatste paar decenia het voor het uitkiezen. In de supermarkt staan tientallen soorten pasta sausen en shampoos. Maar ook op het gebied van studie, loopbaan, relaties en reizen hebben we diverse keuze mogelijkheden. Kunnen kiezen is mooi, hierdoor kunnen we ons onderscheiden en onze eigen identiteit bepalen. Van teveel keuzes worden we volgens de ontwikkelingspsychologie juist niet zelfverzekerder of gelukkiger. Wij kunnen maar een beperkt aantal keuzemogelijkheden aan.


Dat bleek twee jaar geleden uit het rapport ‘De meerkeuzemaatschappij’ van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). De onderzoekers, die ons kiesgedrag hadden bestudeerd, concludeerden dat de grote keus die wij als consument tegenwoordig hebben weliswaar  een voorrecht is, maar dat het ook een plicht met zich meebrengt, namelijk de plicht om te kiezen. En plichten zijn meestal niet leuk, want die leggen weer een druk op ons. In dit geval de druk om informatie in te winnen en alternatieven af te wegen. Met rusteloosheid en stress als gevolg, want we moeten immers wel de juiste keuze maken. Bij het kiezen van de verkeerde shampoo is er geen man overboord, maar wat als het om belangrijker zaken als de aankoop van een auto of een huis gaat?  Meer keuzevrijheid betekent bovendien dat je bij het maken van de foute keuze vooral jezelf de schuld moet geven. De verantwoordelijkheid voor het eigen falen is toegenomen. De Amerikaanse psycholoog Barry Schwartz verklaart een en ander aan de hand van de wet van de afnemende meeropbrengsten: elke nieuwe keuzemogelijkheid voegt minder welzijn toe dan de voorgaande. En op een bepaald punt neemt het welzijn zelfs af als gevolg van de psychologische kosten die verbonden zijn aan het keuzeproces, zoals tijd, onrust, hoge verwachtingen en zelfverwijt als de uiteindelijk gemaakte keuze niet de juiste blijkt te zijn.[1]


[1] http://www.annemarievangroezen.nl/artikelen/retailers2.html


By on 20:09
Excursie zuster augustinessen

Definitie klooster:

Een klooster is een gebouw of een samenstel van gebouwen dat dient tot huisvesting van een groep of gemeenschap van mannen of vrouwen, vaak monniken of monialen genoemd, die zich uit de wereld heeft teruggetrokken om een godsdienstig leven te leiden.

Dit klooster gelegen in het centrum van Utrecht richt zich in het bijzonder op dakloze vrouwen en jonge meisjes in nood. De zusters Augustinessen vormen een congregatie waarin veel waarde wordt toegekend aan gemeenschapsleven en persoonlijk welzijn, volgens de augustijnse leefregel, in een spiritualiteit van evangelisch "nabij" zijn.

Mijn visie

Persoonlijk heeft deze excursie veel indruk op mij gemaakt. Ik had nog nooit een klooster bezocht. Ik was wel bekend met het klooster, meer door beelden op televisie en artikelen in de krant. Het viel me op dat het een modern klooster is, men is behoorlijk met de tijd meegegaan. De geloofsovertuiging viel me ook mee. Er werd deze avond meer verteld dat het belangrijkste is om mensen te helpen. Hedendaags in 2009 is het erg bijzonder om eens een zuster van het klooster te spreken die uit liefdadigheid werkt en geen waarde aan geld en materiaal hecht. Geld maakt niet gelukkig alleen heb je het wel nodig. Ik heb veel respect voor de zusters die voor dit bestaan hebben gekozen. Aan de gesprekken op te merken halen ze dagelijks veel geluk aan het bieden van hulp aan anderen. Financieel zijn ze afhankelijk van donaties van bedrijven en instellingen. Zo zijn er financiële donaties maar ook donaties in de vorm van goederen. Hierbij valt te denken aan fabrikanten die teveel geproduceerd hebben en dit overschot schenken. De zuster die ons informatie en een rondleiding gaf was zeer open en stond ook zeker open voor de moderne maatschappij. Op dit moment zijn het voornamelijk ouderen die nog actief in het klooster zijn. Er komen geen nieuwe generaties meer bij wat een gevolg kan hebben dat het op ten duur zal gaan uitsterven. Persoonlijk zal ik dat erg jammer vinden aangezien het klooster zeer goede activiteiten verricht voor de maatschappij.

De zuster gaf als voorbeeld dat er jaarlijks enorm veel mensen geholpen worden door de zusters. Voorbeelden hiervan zijn vrouwen die met jonge kinderen aan de deur komen omdat zij geen verblijf, geld of middelen hebben voor een fatsoenlijk bestaan. Door een stukje rust en regelmaat en adviezen van de zusters komen deze mensen uiteindelijk weer goed terecht.

Logo_zuster

Opvang_utrecht 


By on 19:46
Introductie

Graag stel ik mezelf aan u voor. Mijn naam is Maaike Alferink, 3e jaars student Commerciële Economie. Tijdens deze studie heb ik een vrij studiedeel, waarin ik zelf cursussen kan selecteren die ik interessant vind om te volgen. Ik heb voor de cursus geld en geluk gekozen, aangezien de diversiteit van onderwerpen mij aansprak.

8wvcazax9jdca0sat26ca6n2wfucasekxzw

Gedurende een periode van zes weken volgde ik wekelijks de bijeenkomsten van de cursus geld & geluk. In deze bijeenkomsten werden diverse onderwerpen besproken. Aan de hand van een inleiding, een documentaire en tot slot een discussie. De volgende onderwerpen kwamen onder andere aan de orde keuzestress, geldfuncties, geluk van de loterij, economische basisbegrippen, het voorkomen van schulden, excursie zusters augustinnesen en een gastcollege door STRO.

Aan de hand van de colleges heb ik een aantal artikelen over onderwerpen geschreven die mij aanspraken.

Geld_en_geluk_4


By on 19:34